Ter Overdenking
01 jun 2026
Ter Overdenking
Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die voor korte tijd minder dan de engelen geworden was, vanwege het
lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood zou proeven.(Hebreeën 2:9)
De schrijver van de Hebreeënbrief verwijst uitvoerig naar het Oude Testament. In Hebreeën 2 citeert hij onder meer Psalm 8.
In die psalm wordt duidelijk hoe groot God is en hoe bijzonder Hij deze wereld maar ook ons mensen gemaakt heeft. Hij maakte
ons mensen met weinig minder capaciteiten dan de engelen.
De engelen, die machtige boodschappers en strijders van God,die onzichtbaar ook in deze wereld aanwezig zijn. Ondanks al
hun macht en kracht heeft God de wereld niet voor hen geschapen, maar voor ons mensen.
Door de zondeval zijn die engelen op een bepaalde manier nu boven ons verheven. Hun macht en kracht is veel groter dan de
onze. En toch is het niet zo dat wij mensen er niet toe doen.
Daarvoor zijn onze capaciteiten te groot. En wat kun je daarvan onder de indruk raken. Als je ziet hoe wonderlijk mooi het
menselijk lichaam in elkaar zit. Als je ziet wat wij wel niet kunnen bouwen en ontwikkelen. De mogelijkheden lijken eindeloos.
En toch zijn wij gevallen mensen en is ons bestaan eindig. De zonde heeft nog steeds invloed op onze levens zelfs al horen we
bij Jezus. De schrijver van de Hebreeënbrief is zich daar ook van bewust. In zijn uitleg van psalm 8 is er dan ook sprake van een
betekenisverschuiving: Hij begint bij de mensheid in het algemeen. Maar focust dan op die ene mens aan wie alle dingen
onderworpen zijn, de mens die volkomen gehoorzaam is geweest aan Zijn hemelse Vader, de mens die nooit gezondigd
heeft, en toch bereid was de straf op de zonde te dragen: Jezus Christus. Alles is aan Hem onderworpen, zo lezen we in vers 8.
Jezus zegt dat ook zelf: ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde’.
En toch zien wij dat nog niet. Is er nog steeds sprake van gebrokenheid, van het woeden van de machten van het kwaad,
ook al zijn die machten dan al lang en breed verslagen toen Jezus uitriep: ‘Het is volbracht’.
En toch is Jezus koning. Met heerlijkheid en glorie gekroond. Jezus, die zichzelf vernederde, Gods Zoon die ook voor korte tijd
minder dan de engelen werd is nu al koning. Hij deelt nu al in de glorie van de Vader.
Tsja, vraagt u zich misschien ook wel af, maar had Hij dan zijn wederkomst, niet beter wat naar voren kunnen halen. Als ik zie
hoe het er in de wereld aan toegaat. Dat God doorgaat met deze wereld zegt ons iets over het belang dat God hecht aan deze
wereld. Aan ons bestaan. De geschiedenis, onze geschiedenis, doet ertoe voor God. Hij is er zelfs koning over. Hij regeert, ook
als er talloze ongehoorzame onderdanen op deze wereld leven blijft Hij de rechtmatige koning.
Dat koningschap is Jezus niet aan komen waaien. Hij heeft er zelfs Zijn leven gegeven. Hij heeft de dood geproefd, Hij is tot het
uiterste gegaan, zodat wij gered kunnen worden. Dat is Gods heilsplan. Zo wordt Christus koning: door Zijn weg
op deze wereld te gaan, door lijden tot heerlijkheid. Daarmee is Jezus aan ons gelijk geworden. Juist in dat lijden komt Hij naast
ons staan. Hij weet wat het is om mens te zijn, Hij weet wat het is om verzocht te worden en Hij weet wat lijden is.
In de chaos die deze wereldgeschiedenis vanuit ons perspectief vaak is gaat Hij ons voor. Wijst Hij ons de weg. En Hij blijft
daarbij dus niet buiten schot. Hij staat niet van een afstandje toe te kijken wat wij er van maken, nee, Hij is ons zelf voorgegaan.
En wij hoeven slechts te volgen. Zo heeft God dat gewild. Zo wordt Zijn plan, ondanks menselijk falen toch volvoert.
En als je koning Jezus volgt dan hoor je er ook helemaal bij. Je wordt door koning Jezus geheiligd. Als het ware in de adelstand
verheven. En nee, dat is anders dan het in de wereld toegaat, daar hoef je niet eerst allerlei prestaties voor te leveren. Geen
examens te halen of carrière te maken… Hij geeft het je uit genade, als je in Hem gelooft, als je je aan Hem toevertrouwt.
Ds. J. Admiraal
|